ECLI:NL:RBROT:2021:1019
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking maatwerkvoorschriften melkrundveehouderij
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden om diverse maatwerkvoorschriften, gesteld bij besluit van 20 november 2015 voor een melkrundveehouderij, in te trekken en enkele nieuwe voorschriften te stellen. Verzoeker betoogt dat de intrekking leidt tot toename van overlast, met name nachtelijke geluidshinder en schade aan opstallen, en dat er sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter overweegt dat de intrekking van maatwerkvoorschriften 1.1 en 1.2 niet tot een spoedeisend belang leidt. Ten aanzien van maatwerkvoorschrift 1.3 over nachtelijk melktransport weegt de rechter het belang van de maatschap om incidenteel nachtelijk transport toe te staan zwaarder dan het belang van verzoeker, mede omdat het Activiteitenbesluit dit toestaat en er geen acute noodsituatie is.
Ook de intrekking van voorschrift 1.5 over het aanschuiven van voer leidt niet tot een acute noodsituatie, mede omdat akoestisch onderzoek uitwijst dat geluidsemissie verwaarloosbaar is en de maatschap maatregelen neemt tegen stank- en vliegenoverlast. Ten aanzien van maatwerkvoorschrift 1.7 over de maximumsnelheid op het terrein blijkt uit metingen dat aan de geluids- en trillingsnormen wordt voldaan, waardoor intrekking gerechtvaardigd is.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is en dat de hinder binnen de aanvaardbare grenzen van het Activiteitenbesluit blijft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot intrekking van maatwerkvoorschriften wordt afgewezen.