ECLI:NL:RBROT:2021:10233
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Eiser vroeg een WIA-uitkering aan na bijna 104 weken ziekte, maar deze werd afgewezen omdat het dienstverband niet bij de Belastingdienst bekend was en er geen premies werknemersverzekeringen waren afgedragen. Verweerder stelde dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, omdat de drie vereisten van loon, gezag en persoonlijke arbeid niet waren voldaan.
Eiser voerde aan dat verweerder nieuwe argumenten gebruikte zonder hem de kans te geven hierop te reageren, maar de rechtbank oordeelde dat deze argumenten voortvloeiden uit het oorspronkelijke besluit en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een dienstbetrekking.
De rechtbank volgde verweerder en stelde dat de bewijslast voor het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking bij eiser lag, die dit niet had aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.