Eiser huurde een zaal bij Feest- en Partycentrum Spijkenisse B.V. voor een bruiloft op 27 februari 2021 en betaalde een aanbetaling van €3.000. Door coronamaatregelen kon de zaal niet worden geleverd. Spijkenisse bood opties aan zoals kosteloos verzetten of terugbetaling bij aanbrengen nieuwe klant, maar eiser ging hier niet mee akkoord.
Eiser ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk wegens tekortkoming en vorderde terugbetaling van de aanbetaling plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Spijkenisse verweerde zich met een beroep op de contractuele bepaling dat aanbetaling bij annulering niet wordt terugbetaald en stelde kosten te hebben gemaakt.
De kantonrechter oordeelde dat de bepaling over niet-terugbetaling niet van toepassing is omdat de verhuurder de zaal niet kon leveren en de huurder niet zelf annuleerde. Spijkenisse slaagde er niet in haar kosten voldoende te onderbouwen. Het beroep op onvoorziene omstandigheden faalde wegens onvoldoende onderbouwing. De overeenkomst kon terecht worden ontbonden en Spijkenisse moest het voorschot terugbetalen met rente en incassokosten.
De kantonrechter veroordeelde Spijkenisse tot betaling van €3.000, €5,10 wettelijke rente, €425 aan buitengerechtelijke kosten en proceskosten, met een betalingstermijn van 14 dagen na betekening van het vonnis.