ECLI:NL:RBROT:2021:10284

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 oktober 2021
Publicatiedatum
21 oktober 2021
Zaaknummer
9206059 AZ VERZ 21-53/9206157 AZ VERZ 21-53
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 672 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming onafhankelijke derde voor boedelbeschrijving en vaststelling legitieme portie

Op 21 mei 2020 overleed de erflater die een testament had opgesteld waarin hij zijn tweede echtgenote, twee kinderen en twee stiefkinderen als erfgenamen benoemde, waarbij verzoeker en een ander kind uitdrukkelijk waren uitgesloten. Verzoeker deed op 17 december 2020 een beroep op zijn legitieme portie.

Verzoeker verzocht de kantonrechter om een boedelbeschrijving te bevelen en verweerster te verplichten mee te werken aan het verstrekken van bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de nalatenschap en de legitieme portie. Tijdens de mondelinge behandeling stemden partijen in met de benoeming van een onafhankelijke derde, verbonden aan een kantoor in Rotterdam, die inzage krijgt in bankafschriften van verweerster en het traject naar vaststelling van de legitieme portie begeleidt.

De kantonrechter benoemt de onafhankelijke derde, bepaalt dat verweerster inzage en afschriften moet verstrekken, en verzoekt de derde periodiek verslag uit te brengen. De kosten van de onafhankelijke derde worden gelijkelijk verdeeld tussen verzoeker en verweerster. Verdere uitspraak wordt aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter benoemt een onafhankelijke derde die inzage krijgt in bankafschriften en het traject naar vaststelling van de legitieme portie begeleidt, met medewerking van verweerster.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team kanton
zaaknummers: 9206059 AZ VERZ 21- 52 en 9206157 AZ VERZ 21-53
Beschikking van 8 oktober 2021
inzake het verzoek van:
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats verzoeker],
verzoeker,
gemachtigde: mr. R.D.W. Reijn, Stichting Achmea Rechtsbijstand, Tilburg,
tegen:
[naam verweerster],voor zich en tevens in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [naam erflater],
wonende te [woonplaats verweerster],
verweerster,
gemachtigde: mr. A. Mahabier, RJ Accountancy & Advies, Vleuten.
Partijen worden hierna ook ‘[naam verzoeker]’ en ‘[naam verweerster]’ genoemd.

1..De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
 het verzoekschrift, ontvangen ter griffie op 10 mei 2021;
 het verweerschrift, ontvangen ter griffie op 1 juni 2021;
 de aantekening dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 september 2021;
 de overgelegde producties.

2..De feiten

2.1
Op 21 mei 2020 is te Dordrecht overleden [naam erflater], geboren te [geboorteplaats erflater] op [geboortedatum erflater], laatstelijk wonende aan de [adres erflater] (hierna: erflater).
2.2
Erflater is in eerste echt gehuwd geweest met [naam 1]. Uit het huwelijk met [naam 1] zijn drie kinderen geboren:
  • [naam verzoeker], geboren op [geboortedatum verzoeker] te [geboorteplaats verzoeker] (verzoeker);
  • [naam kind 2], geboren op [geboortedatum kind 2] te [geboorteplaats kind 2];
  • [naam kind 3], geboren op [geboortedatum kind 3] te [geboorteplaats kind 3].
Erflater is in tweede echt gehuwd geweest met [naam verweerster]. Uit dat huwelijk is geboren:
 [naam kind 4], geboren op [geboortedatum kind 4] te [geboorteplaats kind 4].
2.3
Erflater heeft bij uiterste wilsbeschikking, vervat in een testament d.d. 9 mei 2017, over zijn nalatenschap beschikt en [naam verweerster], zijn kinderen [naam kind 2] en [naam kind 4] en zijn twee stiefkinderen [naam 2] en [naam 3], ieder voor 1/5e deel tot zijn erfgenamen benoemd. [naam verzoeker] en [naam kind 3] heeft erflater uitdrukkelijk uitgesloten als erfgenamen van de nalatenschap.
[naam verweerster] is tevens tot executeur benoemd. Die benoeming heeft zij aanvaard.
2.4
De nalatenschap is door [naam verweerster] zuiver aanvaard. De andere erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.
2.5
Bij brief van 17 december 2020 heeft [naam verzoeker] een beroep gedaan op zijn legitieme portie.

3..Het verzoek en de beoordeling

3.1
[naam verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht om:
I. een boedelbeschrijving te bevelen conform artikel 672 Rv Pro door een door de kantonrechter aan te wijzen notaris;
II. [naam verweerster] te bevelen haar medewerking te verlenen aan de afgifte van alle daartoe door de notaris gevraagde en benodigde bescheiden en gegevens voor het bepalen van de omvang van de nalatenschap;
III. [naam verweerster] te veroordelen tot afgifte aan [naam verzoeker] van alle bescheiden die hij voor de vaststelling van zijn legitieme portie nodig heeft;
IV. te bepalen dat indien [naam verweerster] in gebreke mocht blijven mee te werken aan het opstellen van de boedelbeschrijving en afgifte van de door de notaris gevraagde en benodigde bescheiden en gegevens en aan afgifte van de benodigde bescheiden en gegevens aan [naam verzoeker], zij een dwangsom verbeurt ten gunste van [naam verzoeker] van € 250,- voor elke dag dat zij in gebreke zal blijven aan de veroordeling te voldoen;
V. [naam verweerster] te veroordelen in de proceskosten.
3.2
[naam verweerster] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.3
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen zich akkoord verklaard met het voorstel van de kantonrechter om [naam 4], verbonden aan ‘[naam kantoor]’ te [adres kantoor], als onafhankelijke derde te benoemen die inzage zal krijgen in de rekeningafschriften van de rekening(en) van [naam verweerster] bij de SNS bank, waarbij de onafhankelijke derde zal nagaan of van schenkingen door erflater blijkt. Partijen hebben zich ook akkoord verklaard met het voorstel van de kantonrechter om de te benoemen derde het traject naar de vaststelling van de legitieme portie te laten begeleiden.
Ter zitting hebben partijen eveneens afgesproken dat [naam verweerster] rekeningafschriften van de ING-bankrekening(en) zal opvragen over de periode vanaf 1 mei 2013 tot 1 januari 2014. De daarmee gepaard gaande kosten zullen door haar worden gedragen indien uit die afschriften blijkt dat er schenkingen zijn gedaan en door [naam verzoeker] indien daaruit niet blijkt van schenkingen.
3.4
De kantonrechter heeft [naam 4] benaderd. [naam 4] heeft daarop bericht dat hij in staat en bereid is om in deze zaak als onafhankelijke derde op te treden en heeft te kennen gegeven geen binding met partijen te hebben.
3.5
De kantonrechter zal daarom tot benoeming van [naam 4] overgaan.
3.6
De kantonrechter bepaalt dat [naam 4] in ieder geval inzage in de SNS-rekeningafschriften van [naam verweerster], alsmede in voormelde ING-rekeningafschriften zal moeten krijgen.
3.7
Verder – en ten overvloede – merkt de kantonrechter op dat deze benoeming [naam 4] het recht geeft indien gewenst bij [naam verweerster] inzage te krijgen en (indien gewenst) afschrift te verlangen van alle zich onder [naam verweerster] bevindende bescheiden betreffende de nalatenschap van erflater, benodigd voor de berekening van de legitieme portie van [naam verzoeker].
3.8
De (honorarium-)kosten van [naam 4] zullen – zo is ter zitting afgesproken – door [naam verzoeker] en [naam verweerster] bij helfte worden gedragen.
Beslissing
De kantonrechter:
benoemt met ingang van heden tot aan een nadere beslissing van de kantonrechter:
[naam 4], verbonden aan ‘[naam kantoor]’, kantoorhoudende aan de [adres kantoor], als onafhankelijke derde met betrekking tot de nalatenschap van erflater;
bepaalt dat [naam verweerster] [naam 4] inzage zal geven en – desverlangd – afschrift zal verstrekken, zoals onder 3.3, 3.6 en 3.7 nader omschreven;
verzoekt [naam 4] om periodiek verslag omtrent de voortgang uit te brengen aan de kantonrechter;
verzoekt de griffier [naam 4] onverwijld in het bezit te stellen van het procesdossier van de rechtbank;
houdt iedere verdere uitspraak aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting, in aanwezigheid van de griffier.
452
Van deze beschikking kan door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.