Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 94 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, verplichte ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en een contactverbod met [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] , en dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht;
- oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel op basis van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contactverbod met [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] , met 2 weken vervangende hechtenis per overtreding, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden, en dadelijke uitvoerbaarheid van deze vrijheidsbeperkende maatregel;
- afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/227851-18 met verlenging van de proeftijd van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel met 1 jaar;
- opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
4..Strafbaarheid feiten
5..Strafbaarheid verdachte
6..Motivering straf en maatregel
- een meldplicht bij de reclassering;
- ambulante behandeling voor zijn psychiatrisch problematiek en zijn verslavingsproblematiek bij Antes GGZ of een soortgelijke zorgverlener (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname);
- meewerken aan middelencontrole (drugs en alcohol);
- een inspanningsverplichting om mee te werken aan en zorg te dragen voor een spoedige en soepele afhandeling van de echt- en boedelscheiding.
7..Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
8..Vordering tenuitvoerlegging
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 86 (zesentachtig) dagen;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
€ 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro),aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 1] te betalen
€ 250,-(hoofdsom,
zegge: tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 250,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
5 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
2 (twee) jaren.