De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, die sinds oktober 2020 onder toezicht stonden. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar wonen niet samen; de kinderen verblijven bij de moeder.
De GI motiveerde het verzoek met de ernstige communicatieproblemen tussen de ouders, het ontbreken van vertrouwen en het onvermogen om afspraken te maken zonder tussenkomst. Hoewel contactherstel tussen vader en kinderen in 2021 was ingezet, is dit sinds augustus 2021 weer gestagneerd doordat de vader de bezoekmomenten stopzette, wat schadelijk is voor de kinderen. De GI acht voortzetting van gedwongen hulpverlening noodzakelijk en wil starten met het programma Ouderschap Blijft.
De moeder erkende het probleem en is bereid tot samenwerking en ondertekening van het ouderschapsplan, maar vreest dat verlenging weinig zal veranderen. De vader erkent de noodzaak van ondertoezichtstelling, maar is ontevreden over de uitvoering door de GI en heeft een klacht ingediend. De oudste minderjarige gaf aan het contact met zijn vader te missen en de situatie tussen ouders belastend te vinden.
De kinderrechter concludeerde dat het wettelijke criterium voor verlenging van ondertoezichtstelling is voldaan wegens de verstoorde communicatie en het negatieve effect op de kinderen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor zes maanden tot april 2022, met aanhouding van het overige verzoek tot maart 2022. De GI moet rapporteren over de voortgang van de hulpverlening en de situatie van de kinderen.