De rechtbank Rotterdam heeft op 30 september 2021 de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind bij de vader verlengd tot 21 augustus 2022. Het kind verblijft sinds 2017 bij de vader en het juridische hoofdverblijf is bij de moeder vastgesteld. De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om verlenging van de uithuisplaatsing bij de vader, gesteund door een eerder advies van het Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek (KSCD).
De moeder verzet zich tegen de plaatsing bij de vader en uit zorgen over de opvoedsituatie, met name vanwege frequente incidenten waarbij het kind de politie inschakelt na conflicten met de vader. De vader en GI benadrukken dat het kind in voldoende mate tegemoet wordt gekomen aan zijn opvoedbehoeften en dat het belangrijk is dat het perspectief van het kind bij de vader wordt vastgelegd.
De rechtbank oordeelt dat ondanks de spanningen en gedragsproblemen het belang van het kind bij de vader blijft en dat de verlenging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding. De moeder wordt aangespoord vertrouwen te hebben in de grenzen die de vader stelt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door belanghebbenden.