De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind bij een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootmoeder moederszijde. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar verblijft het kind bij de grootmoeder vanwege problematiek bij de moeder.
De moeder heeft een psychische stoornis en hersenletsel en ontvangt verplichte behandeling. Hoewel zij eerder niet meewerkte, is er een positieve ontwikkeling zichtbaar: zij staat open voor hulp, slikt medicatie en heeft onbegeleid contact met het kind. De moeder en grootmoeder wensen weer samen te wonen, maar het is noodzakelijk een duidelijk plan te maken.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. De machtiging wordt verlengd tot 29 maart 2022, waarbij rekening wordt gehouden met de stabiele situatie van de moeder en het lopende onderzoek naar mogelijke terugkeer.
Het verzoek tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen omdat dit verzoek is ingetrokken. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 26 oktober 2021.