AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting door schending vertrouwelijkheid advocaat-cliënt
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van het verspreiden, verwerven en/of bezit van kinderpornografisch materiaal op een mobiele telefoon op 30 april 2020.
Tijdens de terechtzitting op 4 oktober 2021 werd vastgesteld dat het dossier vertrouwelijke informatie bevatte tussen de verdachte en haar advocaat, die onrechtmatig was verkregen en gebruikt om de verdachte te verbinden aan de telefoon met het bewuste materiaal. De verdediging stelde dat dit een ernstige schending van het recht op een eerlijk proces betekende, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRMPro, en verzocht om bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv.
De rechtbank oordeelde dat de vertrouwelijke communicatie niet in het dossier had mogen belanden en sloot deze informatie uit als bewijs. Hierdoor was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte de telefoon gebruikte of in bezit had. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs na bewijsuitsluiting van vertrouwelijke communicatie.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/751139-20
Datum uitspraak: 18 oktober 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw mr. M.J.R. Roethof, advocaat te Arnhem.
1..Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober 2021.
2..Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 30 april 2020 een digitale afbeelding (film) van kinderpornografisch materiaal heeft verspreid en/of verworven en/of in haar bezit heeft gehad op haar mobiele telefoon.
3..Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. T. Lucas heeft, na wijziging van eis, vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.
4..Waardering van het bewijs
4.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe - zakelijk weergegeven onder meer het volgende aangevoerd:
Bij de bewijsgaring zijn er door het Openbaar Ministerie grove fouten gemaakt. In het dossier bevindt zich namelijk een afbeelding van een e-mail met vertrouwelijke informatie tussen de verdachte en haar advocaat in een andere zaak. Deze informatie, aangetroffen op de telefoon met het nummer [gsm-nummer] , is gebruikt om de stelling te onderbouwen dat de verdachte de gebruiker van de hiervoor genoemde telefoon zou zijn geweest, waarmee zij het ten laste gelegde feit zou hebben gepleegd. Hiermee is de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaat en cliënt doorbroken, waardoor niet langer sprake is van een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 vanPro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Het voorgaande levert een zodanig ernstig en onherstelbaar vormverzuim op dat dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting op grond van artikel (naar de rechtbank begrijpt) 359a van het Wetboek van Strafvordering.
4.2.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat het dossier vertrouwelijke informatie tussen de verdachte en haar advocaat bevat. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat deze informatie niet in het dossier had mogen belanden en om die reden van het bewijs dient te worden uitgesloten. Dit betekent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte de telefoon waarop de kinderporno is aangetroffen in bezit had of gebruikte, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
5..Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
6..Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.A. Hut, voorzitter,
en mrs. I.M.A. Hinfelaar en E. IJspeerd, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 oktober 2021.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat zij op 30 april 2020 te Rotterdam en/of Dordrecht, althans in Nederland, een gegevensdrager (een Apple IPhone) bevattende afbeeldingen - te weten een filmpje van ongeveer 49 seconden voorzien van de filenaam:
[naam bestand] - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of verworven en/of in bezit gehad,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit
-een jongen (die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft) die ter hoogte van de billen van een volwassen vrouw gaat zitten en verschillende pogingen doet om zijn stijve penis bij de vrouw binnen te brengen en/of
-een jongen (die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft) die met zijn (rechter)hand in de vagina van een volwassen vrouw gaat,
- een volwassen vrouw, die op haar rug ligt, probeert de penis van een jongen (die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft) in haar vagina te brengen;
(waarbij) de afbeelding(en)/het filmpje (aldus) een onmiskenbaar seksuele
strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.