ECLI:NL:RBROT:2021:10491
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Eiseres, werkzaam als zorgassistent, meldde zich ziek in maart 2019 en werd beoordeeld in het kader van de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en een urenbeperking van 8 uur per dag en 30 uur per week. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres haar eigen werk niet meer kon doen, maar wel geschikt was voor andere functies met een verdiencapaciteit van ruim 65% van het maatmanloon.
Na bezwaar werd de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aangepast vanwege PTSS-klachten, met een strengere urenbeperking van 6 uur per dag. Nieuwe functies werden geduid, waarbij de verdiencapaciteit nog steeds boven 65% lag. Eiseres betoogde dat haar klachten waren onderschat en dat de functies niet passend waren, maar leverde geen nieuwe feiten of medische gegevens aan.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de situatie van eiseres zorgvuldig en specifiek hadden beoordeeld, rekening houdend met haar psychische problematiek en therapie. De vastgestelde verdiencapaciteit rechtvaardigde het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering vanaf 15 april 2020.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.M.J. Smits op 3 november 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.