Partijen, gehuwd sinds oktober 2019 en met de Italiaanse nationaliteit, hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. De moeder is zonder instemming van de vader met het kind naar Italië vertrokken om zich daar permanent te vestigen, terwijl de vader in Nederland een echtscheidingsverzoek had ingediend.
De moeder startte in Italië een echtscheidingsprocedure, de vader deed een dag later hetzelfde in Nederland. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van litispendentie voor de voorlopige voorzieningen en dat zij rechtsmacht heeft op grond van de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland.
De rechtbank wijst het verzoek van de vader om de minderjarige aan hem toe te vertrouwen af en wijst het verzoek van de moeder toe, gelet op haar rol als hoofdverzorgende ouder. Daarnaast wordt een kinderbijdrage van €200 per maand vastgesteld zolang het kind bij de moeder in Italië verblijft.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat geen beslissing over de definitieve verblijfplaats van het kind.