Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2021 in de zaken tussen
[naam eiseres], eiseres,
[naam eiser], eiser,
Rechtbank Rotterdam
Eisers, houders van marktkramen in Rotterdam, maakten bezwaar tegen marktgeldaanslagen over het derde kwartaal 2020 die ondanks de coronamaatregelen waren opgelegd. De aanslagen betroffen het gebruik van standplaatsen op verschillende markten. De rechtbank oordeelt dat de aanslagen rechtmatig zijn opgelegd op grond van de Verordening rechten markten 2020, waarin is bepaald dat marktgeld verschuldigd is zolang een standplaats wordt vrijgehouden.
Hoewel eisers stelden dat de coronamaatregelen hun marktonderneming ernstig hebben geraakt en dat de zondagsmarkt op de Binnenrotte niet meer levensvatbaar is, bevat de verordening geen hardheidsclausule of mogelijkheid tot kwijtschelding. De rechtbank benadrukt dat het aan de gemeenteraad is om de verordening te wijzigen, niet aan de rechter.
Eisers voerden verder aan dat hun standplaatsen soms tegen meerprijs aan anderen werden verhuurd en dat zij niet eerlijk werden behandeld bij de toewijzing van plaatsen, maar hiervoor ontbrak bewijs en deze punten zijn niet relevant voor de aanslagen. Ook het verzoek van eiseres om geen medische verklaringen te hoeven overleggen valt buiten de reikwijdte van deze procedure.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De beroepen tegen de marktgeldaanslagen over het derde kwartaal 2020 worden ongegrond verklaard.