De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van het CIZ om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënte met een psychogeriatrische aandoening, namelijk gevorderde dementie. Cliënte is niet meer in staat tot zelfzorg en ontvangt reeds maximale thuiszorg, die niet langer afdoende is. Het steunsysteem is overbelast.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, werden cliënte, haar advocaat, casemanagers dementie en een familielid gehoord. Uit de medische verklaring en de overgelegde stukken blijkt dat cliënte ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit ernstig nadeel te voorkomen. Minder ingrijpende maatregelen zijn niet mogelijk. Cliënte verzette zich tegen opname, maar dit weerhield de rechtbank niet van het verlenen van de machtiging. De machtiging geldt voor zes maanden, tot 26 april 2022.