Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- de schuldenaar;
- de bewindvoerder;
- mevrouw B. de Frel, werkzaam bij Zekere Zaak (hierna: de beschermingsbewindvoerder);
- de heer [naam begeleider] , begeleider.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar. De rechter-commissaris had dit verzoek eerder goedgekeurd, waarna diverse zittingen en verhoren plaatsvonden. Schuldenaar gaf aan door medische problemen, waaronder een gebroken elleboog en Covid-19, tijdelijk niet aan zijn verplichtingen te hebben kunnen voldoen. Ook werd bevestigd dat hij zijn alcoholverslaving onder controle heeft gekregen.
De rechtbank stelde vast dat schuldenaar zijn informatieplicht over zijn medische situatie en verslaving niet volledig nakwam en onvoldoende solliciteerde. Dit vormde in beginsel reden voor tussentijdse beëindiging van de regeling. Echter, gezien de omstandigheden waaronder schuldenaar tekortschiet, waaronder zijn verslavingsproblematiek en het ontbreken van bewijs dat hij een herkeuring had aangevraagd, achtte de rechtbank het niet geheel verwijtbaar.
De financiële situatie van schuldenaar werd als stabiel beoordeeld, en hij ontvangt nog een Participatiewet-uitkering. Schuldenaar had zich inmiddels aangemeld bij verslavingszorg en een intakegesprek gehad. De rechtbank concludeerde dat er geen aanleiding was om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen en wees het verzoek af.
Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en laat deze voortduren.