ECLI:NL:RBROT:2021:10640

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
4 november 2021
Zaaknummer
615951 / FA RK 21-2531
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 lid 1 Wet forensische zorgArt. 6:5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij psychische stoornis

Betrokkene lijdt aan schizofrenie en heeft een verleden van brandstichting waarvoor hij in sterk verminderde mate ontoerekeningsvatbaar werd verklaard. Na 17 jaar behandeling onder een Tbs-maatregel eindigde deze op 13 april 2021. De rechtbank beoordeelt dat aansluitend een zorgmachtiging noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.

De officier van justitie verzocht om toewijzing van de zorgmachtiging, terwijl betrokkene zich hier mondeling in kon vinden. De raadsman pleitte voor afwijzing of subsidiair een beperkte machtiging van zes maanden met alleen medicatie en beperkingen in levensinrichting. De rechtbank oordeelt dat de volledige gevraagde vormen van verplichte zorg proportioneel, subsidiar en noodzakelijk zijn, mede als vangnet bij psychische instabiliteit.

De zorgmachtiging wordt toegewezen voor de duur van zes maanden, tot 16 oktober 2021. Hiermee kan direct worden ingegrepen bij dreigende terugval, en wordt het risicomanagement rond medicatie-inname en middelengebruik gewaarborgd. De beschikking is mondeling gegeven op 16 april 2021 en het rechtsmiddel van cassatie staat open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden om verplichte zorg te kunnen verlenen en ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

Beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Straf 2
Zaak- / rekestnummer: 615951 / FA RK 21-2531
Patiëntnummer: [nummer]
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Schriftelijke vastlegging van de mondelinge beslissing van 16 april 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg juncto artikel 6:5, aanhef en onder a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier van justitie,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats betrokkene] op [geboortedatum betrokkene] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,
(telefonisch) bijgestaan door zijn raadsman mr. A.W. Grijseels, advocaat te Rotterdam.

1..Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, waaronder:
- de bevindingen zorgmachtiging van de geneesheer-directeur bij Fivoor;
- de zorgkaart;
- het zorgplan;
- de medische verklaring;
ingekomen ter griffie op 30 maart 2021.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2021 in de rechtbank Rotterdam.
Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene en diens raadsman (telefonisch);
  • mr. M. van Eykelen, de officier van justitie;
  • de heer [naam reclasseringswerker] , reclasseringswerker;
  • mevrouw [naam behandelend psychiater] , behandelend psychiater.

2..Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3..Standpunt van betrokkene

De betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat hij zich kan vinden in het advies tot het verlenen van de zorgmachtiging.
De raadsman heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Sinds de betrokkene goed is ingesteld op clozapine hebben zich geen ernstige incidenten meer voorgedaan. Het cannabisgebruik is al lange tijd in remissie. De betrokkene heeft de afgelopen periode laten zien prima in staat te zijn om hulp te vragen, indien dat nodig is. Dit alles brengt met zich mee dat de zorg kan worden verleend in een vrijwillig kader. Subsidiair heeft de raadsman van de betrokkene zich op het standpunt gesteld dat de zorgmachtiging voor 6 maanden kan worden verleend, met dien verstande dat uitsluitend, verkort weergegeven, ‘het innemen van medicatie’ en ‘het aanbrengen van beperking om het eigen leven in te richten’ als vormen van verplichte zorg worden toegewezen. Toewijzing van de overige verzochte vormen van verplichte zorg is in strijd met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

4..Beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
4.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
Levensgevaar voor zichzelf en/of anderen;
ernstig lichamelijk letsel voor zichzelf en/of anderen;
ernstige psychische schade voor zichzelf en/of anderen;
ernstige immateriële schade voor zichzelf en/of anderen;
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Het voorgaande blijkt onder meer uit de medische verklaring en de veroordeling van betrokkene ter zake van brandstichting in een woning waar op dat moment mensen lagen te slapen. Deze rechtbank heeft de brandstichting op 1 maart 2004 bewezen verklaard en de betrokkene in sterk verminderde mate ontoerekeningsvatbaar verklaard, omdat ten tijde van het gepleegde feit zijn ziekelijke stoornis van de geestvermogens zijn gedragskeuze en gedragingen heeft beperkt. Deze stoornis is ook nu nog aanwezig.
4.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene voldoende te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
4.4.
De afgelopen 17 jaar is betrokkene behandeld en ondersteund in het kader van een Tbs-maatregel. Die maatregel is geëindigd op 13 april 2021. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam blijkt dat aansluitend een zorgmachtiging is aangewezen. Door het eindigen van de maatregel krijgt betrokkene vrijheden terug. Anders dan de advocaat stelt is op dit moment nog niet goed in te schatten hoe hij daarmee om zal gaan. Belangrijke pijlers van het risicomanagement zijn de inname van zijn antipsychoticum (clozapine) en het abstinent blijven van middelen. Hoewel betrokkene zich daar op dit moment, met alle hulp en steun die hij onder de Tbs-maatregel nog ontving, aan conformeert is het zaak dit, ook zonder Tbs-maatregel, nog te kunnen monitoren. De zorgmachtiging is daarnaast aangewezen als vangnet voor het geval zich psychische instabiliteit aankondigt. Met de zorgmachtiging kan dan direct worden gereageerd en zo nodig worden ingegrepen. De zorgmachtiging bevat daarvoor de instrumenten. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur en zijn voldoende actueel en onderbouwd. Het primaire verweer van de raadsman verwerpt de rechtbank dan ook.
4.5.
De volgende vormen van verplichte zorg worden voor na te noemen duur verzocht:
4.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank acht voornoemde verplichte vormen van zorg noodzakelijk en zal deze dus toewijzen. De vormen van verplichte zorg die de raadsman niet opgelegd wil zien maken het direct kunnen ingrijpen als psychische terugval dreigt mogelijk. De rechtbank acht die, anders dan de advocaat vindt, nu juist wel (ook) aangewezen. Het subsidiaire verweer van de raadsman verwerpt de rechtbank eveneens.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
4.9.
De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes (6) maanden, en geldt aldus tot en met 16 oktober 2021. De vormen van verplichte zorg zoals opgenomen onder 4.5 worden toegewezen voor de gevraagde duur.

5..Beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] , voornoemd,
5.2.
bepaalt dat van die zorgmachtiging deel uitmaken de vormen van verplichte zorg zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.5, overeenkomstig de daarin vermelde duur;
5.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt uiterlijk tot en met 16 oktober 2021.
Deze beslissing is mondeling gegeven op 16 april 2021 door
mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,
mrs. A.M.G. van de Kragt en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.