Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 28 september 2021, met 3 producties;
- het schriftelijke verweer van de vrouw, met 16 producties;
- de mondelinge behandeling op 29 oktober 2021.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn voormalige echtgenoten, waarvan de rechtbank op 9 november 2020 de echtscheiding uitsprak. Bij een tussenbeschikking van 16 april 2021 werd bepaald dat de vrouw de echtelijke woning mocht bewonen tot 25 augustus 2021. Na deze datum bleef zij echter in de woning verblijven zonder recht of titel.
De man vorderde in kort geding dat de vrouw de woning binnen twee dagen na vonnis zou ontruimen, met een dwangsom bij niet-naleving. De vrouw erkende dat zij moest vertrekken, maar verzocht om een termijnverlenging van zes maanden vanwege haar financiële situatie. De rechtbank stelde vast dat de vrouw onvoldoende inspanningen had verricht om vervangende woonruimte te vinden en dat zij een aanzienlijke vordering en alimentatie ontving, waardoor haar financiële verweer niet standhield.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de man bij ontruiming spoedeisend was, mede omdat de woning een bedrijfswoning betreft die hij nodig heeft voor zijn agrarisch bedrijf. De ontruiming werd toegewezen met een termijn tot 1 december 2021, waarna een dwangsom geldt. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld de woning uiterlijk 1 december 2021 te ontruimen met een dwangsom bij niet-naleving.