Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser, die niet instemde met een aangeboden schuldregeling, te bevelen hiermee akkoord te gaan. Zij had zestien schuldeisers met een totale vordering van €35.759,74 en bood een regeling aan waarbij preferente schuldeisers 8,92% en concurrente schuldeisers 4,46% van hun vordering ontvangen, gefinancierd door een saneringskrediet.
Vijftien schuldeisers stemden in met het akkoord, maar een advocatenkantoor met een relatief kleine vordering van €385,- weigerde. De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar, mede omdat het voorstel deskundig was getoetst en verzoekster vanwege haar persoonlijke omstandigheden geen hogere afloscapaciteit zal krijgen.
De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde de schuldeiser in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert voor de schuldeisers en verzoekster in staat stelt haar schulden te blijven aflossen.