ECLI:NL:RBROT:2021:10783
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring wegens niet-betaling huur en steunvorderingen ondanks vonnis
Verzoeker heeft de faillietverklaring van verweerder gevraagd vanwege onbetaalde huurtermijnen en bijkomende kosten voor een gehuurd pand, waarvoor reeds een vonnis tot betaling is uitgesproken. Verweerder betwist de vordering niet, maar stelt tegenvorderingen en betwist de steunvorderingen. De rechtbank oordeelt dat de opeisbare vordering van verzoeker summierlijk is bewezen en dat de tegenvorderingen onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt.
De rechtbank overweegt dat verweerder sinds maart 2021 meerdere huurtermijnen niet heeft betaald en ook na het vonnis van 2 september 2021 niet is overgegaan tot betaling. De steunvorderingen van FBTO en Stichting Havensteder zijn eveneens aannemelijk gemaakt. Verweerder heeft geen overtuigende onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat verzoeker onrechtmatig handelt door het faillissement aan te vragen.
Gelet op het feit dat verweerder heeft opgehouden te betalen en geen betalingsregeling heeft getroffen, verklaart de rechtbank verweerder failliet. Tevens benoemt zij een rechter-commissaris en curator en geeft last tot het openen van post van de gefailleerde. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verweerder wordt failliet verklaard wegens het niet voldoen van opeisbare huur- en steunvorderingen.