Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , zus van verzoekster;
- mevrouw [persoon B] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om Debicare te bevelen mee te werken aan een schuldregeling die door elf van twaalf schuldeisers werd geaccepteerd. Debicare weigerde mee te werken vanwege een betwisting over de goede trouw van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging uitwijst dat de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van Debicare. Het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij en goed onderbouwd. Verzoekster verkeert in een stabiele situatie met budgetbeheer en geen nieuwe schulden.
De rechtbank wees het verzoek toe, veroordeelde Debicare in de proceskosten en stelde dat het dwangakkoord in de plaats treedt van vrijwillige instemming. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: Debicare wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling van verzoekster.