Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zes schuldeisers, waaronder de gemeente Rotterdam met preferente en concurrente vorderingen, waarbij een percentage van circa 25,58% aan preferente en 12,79% aan concurrente schuldeisers werd aangeboden tegen finale kwijting. Vijf schuldeisers gingen akkoord, maar de gemeente Rotterdam weigerde voor een deel van haar vorderingen in te stemmen vanwege artikel 60c van de Participatiewet, dat medewerking aan schuldregelingen verbiedt bij boete- of fraudevorderingen na 1 januari 2013.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de gemeente Rotterdam een belang heeft bij haar weigering, dit belang niet opweegt tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers die wel instemmen. De schuldregeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is het uiterste wat verzoeker kan bieden, mede gezien zijn beperkte inkomen en problematiek. De regeling biedt een beter resultaat dan een wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich brengt en later uitkeert.
Daarom beveelt de rechtbank de gemeente Rotterdam om in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt haar in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.