ECLI:NL:RBROT:2021:10907
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanslagen watersysteemheffing op basis van WOZ-waarde
Eiser is eigenaar van een woning en een kantoorpand waarvoor aanslagen watersysteemheffing zijn opgelegd door de Regionale Belasting Groep. Hij betwist de aanslagen omdat hij het niet eens is met het wettelijke systeem, met name het gebruik van de WOZ-waarde als grondslag voor de heffing. Daarnaast stelt hij dat het vaste bedrag voor ingezetenen geen deugdelijke basis heeft en voert hij procedurele bezwaren aan.
De rechtbank stelt vast dat de aanslagen rechtmatig zijn opgelegd op grond van de Waterschapswet, waarin expliciet is bepaald dat voor gebouwde onroerende zaken de heffingsmaatstaf een percentage van de WOZ-waarde is. De rechtbank kan en mag niet oordelen over de redelijkheid van het systeem, dit is een taak voor de wetgever. Ook het vaste bedrag voor ingezetenen is wettelijk bepaald en door het waterschap vastgesteld.
Verder wijst de rechtbank het bezwaar af dat de verkeerde verordening is gebruikt, omdat de juiste verordening rechtsgeldig was en de fout geen ernstig gebrek vormt. Ook de stelling dat de aanslagen in strijd zijn met Europese wetgeving wordt verworpen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Tot slot wordt het beroep afgewezen omdat eiser geen bewijs kon leveren van een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen watersysteemheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.