ECLI:NL:RBROT:2021:10911
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen boete Wet dieren
Verzoeker kreeg op 20 oktober 2017 een boete van €1.500,- opgelegd wegens een overtreding van de Wet dieren. Na bezwaar verklaarde de Minister dit bezwaar op 30 april 2020 ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 21 oktober 2021 gaf de Minister aan een herziene beslissing op bezwaar te zullen nemen, waarbij de boete zou worden ingetrokken.
Op 2 november 2021 werd deze herziene beslissing genomen en werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Vervolgens trok verzoeker op 9 november 2021 het beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding niet tijdig was ingediend, omdat het formulier niet uiterlijk bij aanvang van de zitting was overlegd.
De rechtbank wees het verzoek daarom af. De boete werd herroepen omdat uit het rapport van bevindingen onvoldoende blijkt dat de overtreding is begaan. Het proceskostenverzoek werd desalniettemin afgewezen vanwege de niet-naleving van de termijn voor indiening van het formulier.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening van het formulier, ondanks intrekking van de boete.