Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van invoer en medeplichtigheid aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot circa 514 kilogram heroïne. De container met de lading arriveerde op 17 november 2017 in de Rotterdamse haven en werd op 18 november 2017 gecontroleerd, waarbij speurhonden positief reageerden. Bij een nadere inspectie werden afwijkingen in de lading vastgesteld en werden monsters genomen die indicatief heroïne bevatten.
Na inbeslagname en het verwijderen van de verdachte uit beeld, werd een terugplaatsmonster in de container geplaatst en later verwijderd door het HARC-team. De rechtbank oordeelde dat de verdachte pas in beeld kwam nadat de lading was onderschept en dat de handelingen die na de inbeslagname werden verricht, niet kunnen worden aangemerkt als verlengde invoer van verdovende middelen.
De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken op 29 januari 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij invoer van heroïne.