Werknemer trad op 1 januari 2020 in dienst bij werkgever Bema B.V. met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 31 juli 2021. Op 30 juni 2021 zegde werknemer de overeenkomst met onmiddellijke ingang op, zonder dat sprake was van een dringende reden. Werkgever vordert daarop een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging, betaling van onverschuldigd opgenomen vakantie-uren en salaris over niet gewerkte dagen.
De kantonrechter overweegt dat de arbeidsovereenkomst geen tussentijdse opzegmogelijkheid bood en dat de werknemer geen dringende reden had voor onmiddellijke opzegging. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen, evenals de terugvordering van onverschuldigd betaalde salarissen en vakantie-uren. Werknemer erkent het negatieve vakantiesaldo en het onverschuldigd ontvangen salaris.
De rechtbank veroordeelt werknemer tot betaling van de schadevergoeding van € 2.259,69 bruto met wettelijke rente vanaf 30 juni 2021, en tot terugbetaling van € 737,54 bruto met wettelijke rente vanaf 20 juli 2021. Tevens wordt werknemer veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.