Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het vonnis in incident van 23 december 2020 van deze rechtbank met de daaraan ten grondslag liggende stukken,
- de oproepingsbrieven van deze rechtbank van 4 februari 2021 voor de mondelinge behandeling op 28 juni 2021,
- de brief van 3 juni 2021 van mr. E. de Jongh, de voormalig advocaat van [gedaagde] , met het verzoek om de mondelinge behandeling op 28 juni 2021 te verplaatsen,
- de brieven van de rechtbank van 9 juni 2021, met daarin de mededeling dat de mondelinge behandeling doorgang zal vinden met tevens een zittingsagenda,
- de akte overleggen producties tevens akte wijziging van de eis van de VVE van de zijde van de VvE, met producties 26a tot en met 45,
- het e-mailbericht van 17 juni 2021 van de zijde van de VvE, met productie 5,
- het B2-formulier en het e-mailbericht van mr. De Jonge van 22 juni 2021, met daarin de mededeling dat hij zich als advocaat van [gedaagde] heeft onttrokken,
- de brief van mr. Braakhuis van 22 juni 2021,
- het e-mailbericht van de rechtbank van 24 juni 2021 aan partijen waarin is meegedeeld dat de mondelinge behandeling op 28 juni 2021 geen doorgang vindt,
- de oproepingsbrieven van 19 juli 2021 voor de mondelinge behandeling op 14 september 2021,
2..De feiten
( f25,--) per maand of zoveel meer als de vergadering mocht vaststellen. Het bestuur is bevoegd dit bedrag te matigen.
uiterlijk 19 november 2019, althans binnen één maandna heden heeft beëindigd, dan wel deze nogmaals plaatsvinden, wordt aan u per overtreding een boete opgelegd.
[gedaagde] , rechtbank)gegeven waarschuwing in de zin van artikel 29 van Pro het reglement.
3..Het geschil
4..De beoordeling
Nakoming bepalingen