Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam belanghebbende 1],
[naam belanghebbende 2],
[naam], in hoedanigheid van bewindvoerder van
[naam belanghebbende 3],
[naam belanghebbende 4],
Rechtbank Rotterdam
Op 18 augustus 2013 is de erflaatster te Curaçao overleden. Bij beschikking van 21 november 2018 werd verzoekster benoemd tot vereffenaar van haar nalatenschap. Verzoekster heeft verzocht om ontslag als vereffenaar op grond van artikel 4:206 lid 5 BW Pro, omdat zij haar belangrijkste taak heeft volbracht: alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan.
Het enige resterende is de verdeling van de nalatenschap en de afgifte aan de erfgenamen. Tussen de erfgenamen bestaat echter geen overeenstemming over de wijze van verdeling, waardoor een verdelingsprocedure noodzakelijk zou zijn. Verzoekster acht dit onwenselijk vanwege het geringe saldo van € 6.352,-, waardoor er mogelijk niets meer overblijft voor de erfgenamen.
De rechtbank oordeelt dat het ontslag op eigen verzoek kan worden toegewezen. De kantonrechter heeft aangegeven dat de vereffenaar de goederen van de nalatenschap aan de Staat mag afgeven in afwachting van de ontslagprocedure. De rechtbank acht het niet nodig een nieuwe vereffenaar te benoemen en ontheft verzoekster van de publicatieplicht, omdat publicatiekosten niet in het belang zijn. De griffier wordt opgedragen het ontslag in het boedelregister in te schrijven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het ontslagverzoek van de vereffenaar toe en ontheft haar van de publicatieplicht.