ECLI:NL:RBROT:2021:11105
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
De rechtbank Rotterdam behandelde op 27 oktober 2021 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €6.172,45, gebaseerd op een hennepkwekerij in de woning van de veroordeelde. Tijdens de ontmanteling op 26 oktober 2018 werden 64 hennepplanten aangetroffen. De officier van justitie ging uit van een eerdere succesvolle oogst van 64 planten.
De rechtbank heeft echter op basis van berichten tussen de mede-veroordeelde en een andere betrokkene, alsmede de verklaring van de mede-veroordeelde, vastgesteld dat er onenigheid bestond over de hennepkwekerij en dat de eerdere oogst mislukt was. Er waren geen voldoende doorslaggevende aanwijzingen dat er een volledige kweekcyclus had plaatsgevonden voorafgaand aan de aangetroffen planten.
Gezien deze omstandigheden en de bewezenverklaarde pleegperiode acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de veroordeelde voordeel heeft genoten van een eerdere oogst. Daarom wijst de rechtbank de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van eerdere succesvolle oogst.