ECLI:NL:RBROT:2021:11106
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toeslagaanvraag wegens ontbreken bijzonder geval en terugwerkende kracht
Eiser, een ontvanger van een Wajong-uitkering, vroeg toeslag aan voor de periode 2007-2010. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser een partner heeft geboren na 31 december 1971 en geen kind jonger dan twaalf jaar, waardoor toeslag alleen kan worden toegekend met terugwerkende kracht van maximaal één jaar, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Eiser stelde dat hij door een onzorgvuldig handelende bewindvoerder niet eerder toeslag kon aanvragen en dat zijn inkomen onder de bijstandsnorm lag, waardoor er sprake zou zijn van een bijzonder geval en bijzondere hardheid. Verweerder stelde dat eerdere aanvragen in de periode 2007-2010 waren gedaan, waarvan slechts één was toegekend, en dat geen bezwaar was gemaakt tegen eerdere besluiten.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 11, zevende lid, van de Toeslagenwet. De eerdere aanvragen tonen aan dat eiser niet in verzuim was en zijn medische situatie en bewindvoering rechtvaardigen geen uitzondering. Ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan concretisering.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de toeslagaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de toeslagaanvraag af wegens het ontbreken van een bijzonder geval voor terugwerkende kracht.