De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor zes maanden vanwege aanhoudende communicatieproblemen tussen de ouders sinds hun echtscheiding. Deze problemen belasten de minderjarige, die daardoor een loyaliteitsconflict ervaart en moeite heeft met het uiten van emoties. Ondanks hulpverlening in het vrijwillig kader, is verbetering uitgebleven.
De gecertificeerde instelling (GI) was het niet eens met het verzoek, stellende dat de acute veiligheid voldoende was en de situatie gemonitord kon worden via vrijwillige hulpverlening. De moeder steunde het verzoek, benadrukkend dat de situatie bij de vader nog onvoldoende stabiel is en de minderjarige onrust ervaart. De vader en stiefvader waren tegen het verzoek, stellend dat het de laatste jaren goed gaat.
De kinderrechter concludeerde dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door de langdurige instabiliteit en communicatieproblemen tussen de ouders. Gezien het onvoldoende resultaat van vrijwillige hulpverlening achtte de rechter een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de communicatie te verbeteren en de zorgen weg te nemen. De beschikking werd voor zes maanden toegekend, met ingang van 3 november 2021 tot 3 mei 2022.