De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van het pasgeboren kind vanwege zorgen over de opvoedingssituatie, mede veroorzaakt door de problematiek van de moeder. De moeder heeft in het verleden haar vijf oudste kinderen verloren door onvoldoende veilige opvoeding en is tijdens haar zwangerschap positief getest op cocaïnegebruik. Zij heeft zich vrijwillig laten opnemen in een verslavingskliniek en toont sindsdien positieve, maar nog prille, ontwikkelingen.
De moeder woont met het kind en ontvangt hulp van Stichting Mozaïk en ondersteuning van haar ouders. De Raad en de gecertificeerde instelling zien het als noodzakelijk dat een jeugdbeschermer de situatie monitort en extra hulp kan inzetten indien nodig. De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling passend en stelt het kind onder toezicht tot 2 april 2022, gelijklopend met de machtiging tot uithuisplaatsing van de vijf oudste kinderen.
Het verzoek van de Raad om een langere termijn van twaalf maanden wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag. De beslissing is genomen na een zitting met gesloten deuren op 22 oktober 2021.