Eiser heeft op 13 februari 2020 een verzoek tot naturalisatie ingediend, mede namens zijn vier minderjarige kinderen. Dit verzoek is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege een ernstig vermoeden dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit vermoeden is gebaseerd op een veroordeling voor huiselijk geweld in 2017 en een strafbeschikking voor rijden onder invloed in 2019. De rehabilitatietermijn van vijf jaar was ten tijde van het verzoek nog niet verstreken.
Eiser stelde in beroep dat er bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen, zoals het feit dat hij zijn straf heeft geaccepteerd, gescheiden is en sindsdien geen incidenten meer heeft gehad, en dat zijn kinderen volledig geïntegreerd zijn. De rechtbank oordeelt echter dat deze omstandigheden niet als bijzonder worden aangemerkt volgens vaste jurisprudentie en dat eiser dit argument niet in de strafprocedure heeft ingebracht.
De rechtbank bevestigt dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 het uitgangspunt vormt en dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het verzoek moet worden geweigerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser kan na het verstrijken van de rehabilitatietermijn een nieuw verzoek indienen.