ECLI:NL:RBROT:2021:11299
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van €878.401,32. De rechtbank heeft beoordeeld of verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest. De schulden aan de Belastingdienst van €433.557,00 zijn ontstaan door het niet tijdig bijhouden van administratie en het niet betalen van omzetbelasting, inkomsten- en loonheffingen over de jaren 2015-2020. Ook de schuld aan het bedrijfstakpensioenfonds van €27.586,73 is niet te goeder trouw ontstaan, omdat premies die voor werknemers bestemd zijn niet zijn afgedragen en verzoeker geen betalingsregeling heeft getroffen.
Daarnaast zijn de verkeersboetes bij het CJIB ter hoogte van €2.631,71 eveneens niet te goeder trouw ontstaan. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van voldoende verzachtende feiten wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden.