ECLI:NL:RBROT:2021:11306

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
22 november 2021
Zaaknummer
FT EA 21-247
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks eerdere schulden door verslaving en verblijf buitenland

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van zijn schulden. Hoewel enkele schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, onder meer door vertrek naar het buitenland en het niet afhandelen van zaken, heeft verzoeker zijn verslaving sinds 2006 onder controle.

De rechtbank heeft beoordeeld dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. Verzoeker laat zich ondersteunen door een budgetbeheerder en houdt zich aan afspraken met schuldhulpverlening. Ook is hij bijna 67 jaar en met vervroegd pensioen, waardoor zijn financiële verplichtingen zijn verminderd.

Gelet op deze omstandigheden en het feit dat het centrum van zijn belangen in Nederland ligt, is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toegewezen. Tevens is een rechter-commissaris benoemd en een voorschot toegekend voor de vergoeding van de bewindvoerder.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks eerdere schulden door verslaving en verblijf in het buitenland.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 14 oktober 2021
[verzoeker],
[ardes],
[woonplaats],
verzoeker.

1..De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 14 oktober 2021.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..De beoordeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Voorts dient voldoende aannemelijk te zijn dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan de verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
In het bijzonder heeft de rechtbank gekeken naar de schuld van verzoeker ten aanzien van de schulden bij de Belastingdienst en de gemeente Maassluis. Verzoeker heeft ter terechtzitting aangegeven dat deze schulden zijn ontstaan nadat verzoeker van de ene op de andere dag naar het buitenland vertrok. Verzoeker is naar eigen zeggen “gevlucht” naar het buitenland toen het niet goed met hem ging en hij bang was dat hij weer zou terugvallen in zijn drugsverslaving. Na zijn vertrek is verzoeker zijn baan bij de gemeente Maassluis verloren. Verzoeker heeft zijn zaken voorafgaand aan zijn vertrek niet goed afgehandeld, waardoor het loon ten onrechte enige tijd is doorbetaald. Ook de Belastingschuld is in de daaropvolgende periode ontstaan. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan en staan daarom in beginsel aan toelating in de weg.
Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid Fw, ondanks het ontbreken van goede trouw, wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. Verzoeker heeft aangegeven sinds 2006 niet meer te gebruiken. In zoverre heeft hij zijn verslaving al geruime tijd onder controle. Hij heeft ter zitting aangegeven dat hij zich na zijn verblijf in het buitenland gerealiseerd heeft, dat hij zijn zaken anders moet aanpakken. Hij heeft hulp gezocht voor zijn schulden en laat zich ondersteunen door een budgetbeheerder. Dit verloopt goed en hij houdt zich goed aan de afspraken met schuldhulpverlening. Verzoeker heeft contact gezocht met zijn huisarts en zal een doorverwijzing naar een therapeut krijgen indien dat gewenst is om hem te ondersteunen bij het abstinent blijven. Meneer is bijna zevenenzestig en inmiddels met (vervroegd) pensioen. Hij heeft daardoor ook minder verplichtingen die een belasting voor hem zouden kunnen vormen. Door bovenstaande is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat verzoekster de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3..De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [ardes], [woonplaats];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger
en tot bewindvoerder T.P.F. Eisses,
gevestigd te Postbus 187,
3330 AD Zwijndrecht;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/37e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van J.J.A. Regeer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.