Eiseres vordert ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde en betaling van een achterstand van €26.000,55, inclusief een bedrag voor openstaande servicekosten over augustus 2017 tot februari 2019. Gedaagde betwist dat hij een huurovereenkomst met eiseres heeft gesloten en stelt dat de overeenkomst is gesloten met een handelsnaam van een ander bedrijf dat inmiddels is opgeheven. Tevens stelt gedaagde dat eiseres niet de eigenaar is van het pand.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de eigenaar van het pand dat hij sinds 1 februari 2019 de huurpenningen factureert en ontvangt, en dat eiseres niet de huurovereenkomst met gedaagde heeft gesloten. De kantonrechter oordeelt dat eiseres niet heeft bewezen dat zij partij is bij de huurovereenkomst en verklaart haar niet-ontvankelijk in haar vorderingen die daarop gebaseerd zijn.
De vordering tot betaling van de eindafrekening servicekosten over de periode augustus 2017 tot februari 2019 wordt wel beoordeeld omdat deze vordering is gecedeerd aan eiseres. Eiseres stelt dat gedaagde maandelijks voorschotten betaalde die verrekend moeten worden met de werkelijke servicekosten. Gedaagde betwist dit en stelt dat in de huurovereenkomst een vast bedrag was opgenomen zonder afspraken over verrekening.
De kantonrechter concludeert dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake was van een voorschotregeling en dat de stellingen over een mondelinge afspraak niet worden ondersteund door de stukken. De vordering tot betaling van de servicekosten wordt daarom afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.