Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
- het vonnis in incident van 3 december 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het vonnis van 28 januari 2021 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte in geding brengen stukken tevens houdende vermeerdering van eis van de zijde van [eiseres] , met producties;
- de akte uitlating van 1 april 2021 van de zijde van [eiseres] , met producties;
- de antwoordakte van 29 april 2021 van de zijde van [gedaagde] ;
- de rolbeslissing van 1 juli 2021;
- de akte uitlating na rolbeslissing van 29 juli 2021 van de zijde van [eiseres] ;
- de akte beantwoording vragen rolbeslissing van 26 augustus 2021 van de zijde van [gedaagde] , met producties;
- de antwoordakte na rolbeslissing van 7 oktober 2021 van de zijde van [eiseres] ;
- de antwoordakte beantwoording vragen rolbeslissing van 7 oktober 2021 van de zijde van [gedaagde] .
2..Het geschil
- de huurovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] betreffende de bedrijfsruimten, gelegen aan de [adres 1] te Dordrecht, zijnde ruimte [nummer bedrijfsruimte 1] en [nummer bedrijfsruimte 2] , te ontbinden per 1 oktober 2020;
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] te voldoen € 26.000,55, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 5 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
- het door [gedaagde] over de maand augustus en september 2020 verschuldigde voorschotbedrag aan servicekosten te stellen op € 375,- per maand;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.