ECLI:NL:RBROT:2021:11320
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks schulden aan Belastingdienst door gezondheidsproblemen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet kunnen voldoen aan zijn schulden. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker is opgehouden met betalen en dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om de schulden voort te zetten.
Hoewel de schulden aan de Belastingdienst niet te goeder trouw zijn ontstaan, omdat verzoeker zijn administratie onvoldoende heeft bijgehouden en belastingen niet tijdig heeft betaald, oordeelt de rechtbank dat op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro het verzoek toch kan worden toegewezen indien de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle zijn gekregen.
Verzoeker heeft verklaard dat hij in 2019 ernstige en blijvende gezondheidsklachten had, waardoor hij moest stoppen met werken en zijn onderneming beëindigen. Sindsdien krijgt hij hulp bij zijn administratie en staat hij onder budgetbeheer. De rechtbank heeft vertrouwen in zijn goede trouw en de nakoming van de verplichtingen uit de regeling.
De rechtbank verklaart zich bevoegd de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe. Tevens benoemt zij een rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks schulden aan de Belastingdienst vanwege gezondheidsproblemen en stabilisatie van financiële situatie.