ECLI:NL:RBROT:2021:11321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidspercentage en weigering IVA-uitkering
Eiser, werkzaam als voorman staalbouw, is sinds 2015 arbeidsongeschikt gemeld. Na eerdere toekenning van een WIA-uitkering met 80-100% arbeidsongeschiktheid, is dit percentage in 2018 aangepast naar 65,21%. Verweerder heeft in 2020 een vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 64,30%, gebaseerd op rapportages van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten en stelt dat zijn beperkingen zijn onderschat, met name vanwege persisterende elleboog- en psychische klachten. Hij vordert een IVA-uitkering omdat hij meent volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigen echter dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat eiser de geduide functies kan verrichten.
De rechtbank oordeelt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld tussen 55% en 65% en dat eiser niet voldoet aan de criteria voor een IVA-uitkering. De bezwaren worden ongegrond verklaard en het beroep wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 64,30%, waardoor geen recht bestaat op een IVA-uitkering.