Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om gemeente Rotterdam te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die zij aan haar schuldeisers had aangeboden. De regeling voorzag in een gedeeltelijke betaling aan preferente en concurrente schuldeisers, gebaseerd op haar afloscapaciteit vanuit een parttime dienstverband in de zorgsector.
Gemeente Rotterdam weigerde mee te werken vanwege een wettelijke bepaling in de Participatiewet die haar verbiedt mee te werken aan minnelijke regelingen voor boete- of fraudevorderingen na 2013. De rechtbank oordeelde dat artikel 287a Fw de rechtbank bevoegd maakt om een schuldeiser te bevelen in te stemmen na belangenafweging.
De rechtbank stelde vast dat vrijwel alle schuldeisers instemden met het akkoord en dat het voorstel deskundig was getoetst. Verzoekster heeft een stabiele financiële situatie, voldoet aan haar werkverplichting en heeft zicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De belangen van verzoekster en de overige schuldeisers wegen zwaarder dan die van gemeente Rotterdam.
Daarom werd het verzoek toegewezen, gemeente Rotterdam veroordeeld in de proceskosten, en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming, zodat verzoekster haar schuldenregeling kan voortzetten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt gemeente Rotterdam in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.