De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij de vader met gezag, voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderen verbleven sinds juni 2021 in een gezinshuis vanwege een onveilige en spanningsvolle thuissituatie, maar het gezinshuis kon hen niet langer huisvesten.
De moeder kon de kinderen niet terugnemen vanwege haar instabiele situatie en lopend persoonlijkheidsonderzoek. De vader stemde in met de plaatsing en was bereid intensieve ambulante hulpverlening te accepteren. Beide ouders waren gemotiveerd om samen te werken in het belang van de kinderen.
De kinderrechter oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De machtiging werd verleend met ingang van 28 september 2021 tot 19 februari 2022 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 8 oktober 2021.