AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens zorgelijke opvoedsituatie
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 17 augustus 2021 om verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2007, 2009 en 2013, die bij hun vader wonen. De moeder woont sinds april 2021 niet meer in het gezin en werkt onvoldoende mee aan haar therapie. De vader werkt fulltime en draagt grotendeels de zorg voor de kinderen, waarbij hij zich zorgen maakt over de moeder.
De kinderrechter constateert dat sinds het vertrek van de moeder uit het gezin de spanningen zijn verminderd en er een zorgregeling is getroffen waarbij de kinderen een deel van de week bij de moeder verblijven. Ondanks deze prille positieve ontwikkeling zijn er nog zorgen over de draagkracht van beide ouders. De moeder kampt met psychiatrische problematiek en werkt onvoldoende mee aan haar behandeling, terwijl de vader zwaar belast is door werk en zorg.
Op grond van artikel 1:255 BWPro is de ondertoezichtstelling verlengd met zes maanden tot 28 april 2022 om zicht te houden op de opvoedsituatie bij de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeder was niet verschenen bij de mondelinge behandeling, de vader stemde in met het verzoek.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wordt verlengd tot 28 april 2022 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/624086 / JE RK 21-2248
Datum uitspraak: 15 oktober 2021
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende
[naam minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2007 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[naam minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2009 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[naam minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van
17 augustus 2021, ingekomen bij de griffie op 18 augustus 2021.
Op 15 oktober 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: - de vader; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam vertegenwoordiger] .
Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de vader.
Bij beschikking van 28 oktober 2020 zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 28 oktober 2021.
Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen met zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. De zorgen zijn met name gelegen in de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder woont sinds april 2021 niet meer in het gezin. De vader heeft veel om handen. Hij werkt fulltime, neemt grotendeels de zorg op zich voor de kinderen en maakt zich zorgen om de moeder. De ouders kunnen goed met elkaar overleggen en hebben vrede met de huidige situatie. Zorgelijk is wel dat [voornaam minderjarige 1] zorgtaken gaat overnemen bij de moeder thuis. De moeder werkt onvoldoende mee met haar therapie bij Antes, maar de GI kan haar niet verplichten.
Het standpunt van de vader
De vader is het eens met het verzoek. De vader maakt zich zorgen om de moeder. Het gaat een tijdje goed met de moeder en daarna weer niet goed. De moeder heeft niet alles op orde en heeft haar behandeling bij Antes niet afgemaakt. Het is nog niet goed genoeg als ik bij de moeder thuis kom. De kinderen moeten voor zichzelf zorgen daar. Tussen ouders gaat het beter sinds moeder uit huis is.
De beoordeling
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek.
Er lijkt op dit moment sprake van een prille positieve ontwikkeling. Toen de ouders nog in een huis woonden waren er veel ruzies en spanningen, waar de kinderen last van hadden. Sinds april 2021 heeft de moeder een eigen woning. Hierdoor zijn de spanningen weggenomen. Er is een zorgregeling vastgesteld, waarbij de kinderen van dinsdagmiddag uit school tot donderdagochtend voor school naar de moeder gaan. De ouders komen de zorgregeling goed na en maken hierover onderling afspraken. Er zijn echter nog zorgen die maken dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Er is nog weinig zicht op de balans tussen draagkracht en draaglast van beide ouders. De vader heeft het zwaar door de zorg voor zijn drie kinderen, de zorgen om zijn ex-partner en zijn werk als zelfstandige. De moeder kampt met psychiatrische problematiek, waardoor zij soms onvoorspelbaar kan reageren en haar leven niet altijd op orde heeft. Ook lijkt de moeder onvoldoende mee te werken aan haar therapie bij Antes. Zij is eerder met een zorgmachtiging opgenomen geweest. Onduidelijk is op dit moment of de moeder meer hulp nodig heeft. De GI moet hier duidelijkheid in geven.
De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling daarom nog noodzakelijk om zicht te krijgen op de opvoedsituaties bij de moeder. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengen voor de duur van zes maanden (artikel 1:260, eerste lid, BW).
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 28 april 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 oktober 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.