Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. De burgemeester had reeds een last tot inbewaringstelling genomen vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij cliënt, zijn advocaat, een arts en een verzorgende via beeld- en geluidverbinding werden gehoord, bleek dat cliënt ernstige geheugenstoornissen en desoriëntatie vertoont, met risicovol dwalen en agressief gedrag. Ambulante hulpverlening volstaat niet meer en cliënt heeft 24-uurs zorg nodig.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om levensgevaar, ernstig letsel en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Cliënt verzet zich tegen voortzetting, maar de machtiging werd toch verleend voor zes weken, tot 10 maart 2021.