De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 oktober 2021 het verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de kinderen wonen bij haar. De eerdere ondertoezichtstelling was verlengd tot 25 oktober 2021.
De GI verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor beide kinderen vanwege zorgen over opvoeding, eetpatroon en omgang met de vaders. De moeder erkende de opvoedproblemen bij het oudste kind en stemde in met verlenging daarvan, maar betwistte de noodzaak van verlenging voor het jongste kind, wiens ontwikkeling positief verloopt en waarbij de omgang met de vader goed functioneert.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling van het oudste kind aanwezig zijn en verlengde deze voor twaalf maanden. Voor het jongste kind werd het verzoek afgewezen omdat niet voldaan werd aan het criterium van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De omgang met de vader verloopt redelijk en de moeder werkt constructief mee. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer in het gedwongen kader is niet langer noodzakelijk.