5.9Na bestudering van de op de zaak betrekking hebbende stukken en gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verweerder op grond van het daaraan ten grondslag liggende onderzoek zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser opzettelijk onjuiste aangifte IB/PV 2012 en 2013 heeft gedaan door aan de IUE gedane giften van in totaal € 4.000,- in aftrek te brengen op basis van valse kwitanties, terwijl hij dit bedrag niet heeft gedoneerd. Eiser heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude.
Hij heeft tweemaal een onjuiste belastingaangifte inkomstenbelasting gedaan door daarop in strijd met de waarheid en met gebruikmaking van valse kwitanties donaties als aftrekpost op te geven. Hierdoor is te weinig inkomstenbelasting geheven. Door zijn handelen heeft hij geld dat bestemd was voor het algemeen belang ten goede laten komen aan zichzelf.
Hij heeft daarbij slechts oog gehad voor zijn eigen financieel gewin. Dat eiser ten tijde van het begaan van dit feit zelf bij de Belastingdienst werkte, maakt het des te laakbaarder. Daaraan doet het niveau van eisers functie niet af. Aan iedere medewerker van de Belastingdienst mogen hoge eisen worden gesteld bij het doen van aangifte, al dan niet door middel van inschakeling van en professional. Dat eiser met een handicap (slecht gehoor) kampt en minder goed Nederlands spreekt zijn evenmin omstandigheden die afdoen aan zijn verantwoordelijkheid en tot een verminderde verwijtbaarheid leiden.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiser zich aan de onder I genoemde gedraging schuldig heeft gemaakt. Deze gedraging levert op zichzelf, gelet op de aard ervan, reeds zeer ernstig plichtsverzuim op.
6. Eiser heeft pas - nadat bij brief van 15 december 2016 in verband met een mogelijke navordering uitvraag is gedaan over de giften en in aftrek gebrachte specifieke zorgkosten over 2013 - bij brief van 19 mei 2017 gemeld dat hij de zorgkosten ten onrechte heeft opgenomen in de aangifte. Mede gelet op de omstandigheid dat de voorwaarden voor aftrek van zorgkosten duidelijk in de hulpteksten van het aangifteprogramma staan vermeld, heeft verweerder eiser kunnen tegenwerpen dat hij in zijn aangifte IB/PV 2013 ten onrechte een bedrag van € 483,- als zorgkosten in aftrek gebracht.
Ook deze gedraging levert op zichzelf, gelet op de aard ervan, ernstig plichtsverzuim op.
7. Verweerder heeft eiser verder mogen tegenwerpen dat hij voor 6 april 2018 niet uit eigen beweging openheid van zaken over zijn fiscale situatie jegens zijn werkgever heeft gegeven. Hem was immers reeds sinds 2 november 2017 bekend dat de Belastingdienst voornemens was hem navorderingsaanslagen en een vergrijpboete op te leggen vanwege frauduleuze handelingen. Verweerder heeft deze gedraging terecht als plichtsverzuim aangemerkt.
8. Niet is gebleken dat de gedragingen niet aan eiser kunnen worden toegerekend. Verweerder was dan ook bevoegd eiser wegens zeer ernstig plichtsverzuim een disciplinaire straf op te leggen.
9. De opgelegde disciplinaire straf van ontslag is, gezien de ernst en de aard van de gedragingen, de terecht gestelde hoge eisen aan de integriteit, openheid, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid van medewerkers van de Belastingdienst, niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Verweerder heeft het dienstbelang dan ook mogen laten prevaleren boven de persoonlijke belangen van eiser.
10 Het beroep van eiser tegen het strafontslag is ongegrond.
11. De beroepen zijn ongegrond.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.