ECLI:NL:RBROT:2021:11523
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen schorsing en strafontslag wegens plichtsverzuim bij Belastingdienst
Eiser, werkzaam bij de Belastingdienst, werd geschorst en uiteindelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Hij had in zijn belastingaangiften over 2012 en 2013 giften aan de Islamitische Universiteit Europa opgevoerd die hij niet had gedaan, waarbij hij gebruik maakte van valse kwitanties. Daarnaast bracht hij ten onrechte zorgkosten in aftrek en gaf hij geen openheid over zijn fiscale situatie jegens zijn werkgever.
De rechtbank oordeelde dat de schorsingen en het ontslagbesluit terecht waren genomen. Het disciplinaire onderzoek was zorgvuldig en voldoende onderbouwd met fiscale rapportages en een strafrechtelijk onderzoek. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de giften daadwerkelijk waren gedaan. De gedragingen vormden zeer ernstig plichtsverzuim, passend bij de hoge integriteitseisen voor medewerkers van de Belastingdienst.
Het beroep tegen de schorsingen, inhouding van bezoldiging en het strafontslag werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat het dienstbelang zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen schorsing en strafontslag wordt ongegrond verklaard.