Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
515kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
enelders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10
van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen:
inde periode van 16 mei 2020 tot en met 24 mei 2020 in de territoriale wateren van Nederland en te Breskens, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10
van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen:
5..Strafbaarheid feiten
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Voorlopige hechtenis
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar en 6 (zes) maanden;