ECLI:NL:RBROT:2021:11685
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering huurtoeslag 2017 ongegrond verklaard
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de terugvordering van zorg- en huurtoeslag over 2017, waarbij de Belastingdienst de toeslagen heeft aangepast op basis van een hoger vastgesteld toetsingsinkomen van €24.942,-. De rechtbank oordeelt dat de toeslagen terecht zijn vastgesteld op basis van het door de inspecteur vastgestelde inkomen, waarbij geen sprake is van dubbel meetellen van inkomsten ondanks dat eiseres en haar moeder op hetzelfde adres stonden ingeschreven.
Eiseres voerde aan dat haar inkomen niet volledig meegeteld had moeten worden vanwege haar zorg voor haar dementerende moeder en dat zij een correctie van haar aangifte inkomstenbelasting had aangevraagd. De rechtbank wijst dit af omdat de wet voorschrijft dat de Belastingdienst moet uitgaan van het door de inspecteur vastgestelde inkomen en dat een eventuele correctie later tot een nieuwe beoordeling kan leiden.
De rechtbank stelt vast dat de terugvorderingsbedragen correct zijn vastgesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die matiging of kwijtschelding rechtvaardigen. Eiseres kan wel een persoonlijke betalingsregeling aanvragen bij financiële problemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van huurtoeslag 2017 wordt ongegrond verklaard.