De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 14 oktober 2021 om een machtiging tot uithuisplaatsing van het kind, geboren in 2013, voor de duur van de ondertoezichtstelling die liep van 30 juni 2021 tot 30 juni 2022. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar het kind woont bij de vader. De zaak werd op 16 november 2021 met gesloten deuren behandeld.
De GI lichtte toe dat er sprake is van complexe echtscheidingsproblematiek en dat de moeder persoonlijke problemen heeft, waaronder een suïcidepoging in juni 2021. De samenwerking tussen ouders verloopt moeizaam, waarbij de vader zijn verantwoordelijkheid onvoldoende neemt en vaak buiten de afgesproken omgangsmomenten het kind bij de moeder brengt. De ingezette hulpverleningstrajecten bleken onvoldoende effectief.
De moeder verzocht om een MASIC screening onderzoek vanwege vermoedens van partnergeweld, maar dit verzoek viel buiten het beoordelingskader van de kinderrechter. Uit de stukken en zitting bleek dat het kind opgroeit in een instabiele en conflictueuze omgeving, wat zich uit in agressief gedrag. De kinderrechter oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind.
De machtiging tot uithuisplaatsing bij Horizon het Bergse Bos werd verleend met ingang van 16 november 2021 tot 30 juni 2022, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.