De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor een duur van zes maanden aan een minderjarige die verblijft in een gesloten accommodatie vanwege ernstige gedragsproblemen en loyaliteitsconflicten.
De kinderrechter heeft op 4 november 2021 de zaak behandeld met gesloten deuren, waarbij de minderjarige, ouders, gedragswetenschapper, advocaten en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar er is sprake van communicatieproblemen en negatieve uitlatingen die de ontwikkeling van het kind schaden.
De GI stelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege de emotie-regulatieproblemen en het risico dat de minderjarige zich aan hulp onttrekt. De moeder betwistte de noodzaak van een langdurige gesloten plaatsing en stelde een alternatief voor met intensieve hulpverlening in de thuissituatie.
De kinderrechter oordeelde dat een machtiging voor zes maanden te lang is gezien het ontbreken van een concreet behandelplan en het nog lopende persoonlijkheidsonderzoek. Daarom werd een machtiging verleend voor twee maanden en de verdere behandeling aangehouden om een passend plan te ontwikkelen. Tevens werd de GI verzocht te rapporteren en een nieuwe instemmingsverklaring te overleggen.
De beslissing is genomen in het belang van het kind, met nadruk op het verbeteren van de communicatie tussen ouders en het oplossen van het loyaliteitsconflict, zodat het kind uiteindelijk in een stabiele thuissituatie kan terugkeren.