Eiseres kreeg op 12 mei 2020 een urgentieverklaring toegekend vanwege geweld en bedreiging door haar ex-partner. Na een wijziging van het zoekprofiel op 31 juli 2020, waarin woningen met lift werden toegevoegd, stopzette verweerder de urgentieverklaring op 25 november 2020 wegens onvoldoende reacties op passende woningen binnen drie maanden.
Eiseres betwistte de stopzetting en het beperkte zoekprofiel, stellende dat de termijn verkeerd was vastgesteld en dat zij voldoende reacties had ingediend. De rechtbank oordeelde dat de termijn opnieuw was gestart op 31 juli 2020 en dat eiseres niet ten minste twaalf keer passend had gereageerd, ondanks 25 reacties in september en oktober 2020, waarvan slechts vier binnen het zoekprofiel vielen.
De rechtbank verwierp het betoog dat het zoekprofiel te beperkt was en dat de fysieke en psychische klachten van eiseres en haar kind een ruimere zoekprofiel rechtvaardigden. De urgentieverklaring was immers toegekend vanwege huiselijk geweld en uitbreiding van het zoekprofiel was pas aan de orde in een tweede fase die eiseres niet had bereikt.
De beroepen tegen de stopzetting en het zoekprofiel werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.