KBA kocht medio 2018 een autohoogwerker van HCN en sloot daarbij een onderhoudsovereenkomst voor telkens een kalenderjaar, met jaarlijkse facturering en betaling. Na verkoop van de machine aan een derde in maart 2021 verzocht KBA om creditering van het resterende jaarbedrag, wat HCN weigerde omdat de overeenkomst niet tussentijds kon worden opgezegd.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke vastlegging van de overeenkomst, hoewel niet ondertekend, door KBA is nageleefd en niet betwist. De overeenkomst betreft een jaarlijks verlengde duurovereenkomst voor telkens één kalenderjaar, die in beginsel niet tussentijds eenzijdig kan worden opgezegd tenzij sprake is van onvoorziene, ernstige omstandigheden die instandhouding onredelijk maken.
De kantonrechter vond dat dergelijke omstandigheden niet waren aangetoond. KBA had zelf de situatie gecreëerd door de verkoop van de machine en kon niet terugkomen op de betalingsverplichting. De vordering tot creditering werd daarom afgewezen en KBA werd veroordeeld in de proceskosten van HCN.