ECLI:NL:RBROT:2021:11772

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
30 november 2021
Zaaknummer
9323471 \ EXPL 21-22902
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling restant tandheelkundige factuur met incassokosten en rente

Op 7 juli 2020 onderging gedaagde een tandheelkundige behandeling bij een praktijk, waarna een factuur werd opgesteld met een restantbedrag van €55,50. Dit bedrag werd door de zorgverzekeraar niet vergoed en de vordering werd aan Infomedics gecedeerd. Infomedics stuurde aanmaningen en herinneringen tot betaling, maar gedaagde betaalde niet.

Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij slechts een afdruk had laten maken en de vervolgafspraak op 20 juli 2020 had afgezegd. De kantonrechter oordeelde echter dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde voor zijn stelling en ging uit van de juistheid van de stelling van Infomedics dat de behandeling op 20 juli 2020 had plaatsgevonden.

De kantonrechter wees de vordering van Infomedics toe, inclusief een vergoeding van €40 voor buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente van €4,80. Tevens werden de proceskosten aan Infomedics toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het restantbedrag van €55,50, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9323471 \ EXPL 21-22902
uitspraak: 26 november 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Infomedics B.V.,
gevestigd te Almere,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ;
gedaagde,
voorheen verschenen in persoon, thans gemachtigde M.R. Nicolaas te Rotterdam.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Infomedics’ respectievelijk ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • de dagvaarding van 15 juni 2021, met producties 1 en 2;
  • de aantekeningen van de rolzitting van 8 juli 2021, waar [gedaagde] mondeling verweer heeft gevoerd;
  • de conclusie van repliek, met producties 3 tot en met 5;
  • de conclusie van dupliek, met bijlagen.
1.2.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.
2.1.
Op 7 juli 2020 heeft [gedaagde] een tandheelkundige behandeling ondergaan bij [naam praktijk] (hierna: [naam praktijk] ).
2.2.
[naam praktijk] heeft de kosten van een door haar vermeende tandheelkundige behandeling op 20 juli 2020 aan [gedaagde] begroot op € 565,41. Door de zorgverzekeraar is een bedrag van € 509,91 betaald, waardoor een bedrag van € 55,50 resteert.
2.3.
[naam praktijk] heeft haar vordering op [gedaagde] aan Infomedics gecedeerd. Infomedics heeft bij factuur van 17 november 2020 een bedrag van € 55,50 bij [gedaagde] in rekening gebracht.
2.4.
Op 28 december 2020 heeft Infomedics aan [gedaagde] een herinnering gestuurd tot betaling van de factuur binnen vijftien dagen nadat de brief is bezorgd en op 21 januari 2021 een laatste herinnering tot betaling van de factuur en bijkomende kosten en rente binnen vijf dagen.
2.5.
[gedaagde] is per brief van 4 maart 2021 van CMIB Incasso Bureau gesommeerd tot directe betaling van een bedrag € 95,72 inclusief bijkomende kosten en rente.

3..De vordering

3.1.
Infomedics heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 100,30 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 55,50 vanaf 31 mei 2021 totdat de vordering helemaal betaald is, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Aan haar vordering heeft Infomedics – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat [gedaagde] ondanks aanmaning tot na het uitbrengen van de dagvaarding in gebreke is gebleven met de volledige betaling van de factuur van 17 november 2020. Nu [gedaagde] ook na aanmaning heeft verzuimd de vordering van Infomedics te voldoen, is [gedaagde] een vergoeding van € 40,- voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd en dient het factuurbedrag van € 55,50 vermeerderd te worden met wettelijke rente, berekend tot 31 mei 2021 een bedrag van € 4,80. Ten slotte dient [gedaagde] de proceskosten te voldoen.

4..Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd. Volgens [gedaagde] heeft hij geen behandeling gehad. Er is op 7 juli 2020 alleen een afdruk van zijn mond gemaakt. Dit zou € 20,- kosten, maar dat bedrag hoefde niet betaald te worden. Dat door de zorgverzekeraar een bedrag is betaald, is buiten [gedaagde] omgegaan.

5..De beoordeling

5.1.
Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] gehouden is het restantbedrag van de factuur van 17 november 2020 te voldoen, te weten een bedrag van € 55,50. Daartoe dient beoordeeld te worden of [gedaagde] op 20 juli 2020 bij [naam praktijk] een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan.
5.2.
[gedaagde] heeft bij conclusie van dupliek te kennen gegeven dat hij op 7 juli 2020 een afspraak heeft gemaakt met [naam praktijk] voor een vervolgbehandeling op 20 juli 2020, maar dat hij deze afspraak op 8 juli 2020 telefonisch heeft afgezegd. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Infomedics bij conclusie van repliek dat [gedaagde] na een controle op 7 juli 2020 een noodkunstgebit heeft laten maken dat op 20 juli 2020 is afgemaakt, had het op de weg van [gedaagde] gelegen zijn standpunt nader (met stukken) te onderbouwen. Het overleggen van facturen van een op 10 juli 2020 ondergane tandheelkundige behandeling bij zijn tandarts in Duitsland is daartoe onvoldoende, nu hieruit niet blijkt dat de op 20 juli 2020 geplande tandheelkundige behandeling door [gedaagde] bij [naam praktijk] is afgezegd. Nu de nadere onderbouwing (met stukken) van het standpunt van [gedaagde] ontbreekt, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stelling van Infomedics dat [gedaagde] op 20 juli 2020 een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan. Dit betekent dat [gedaagde] gehouden is tot betaling van het restantbedrag van de factuur van 17 november 2020 en dat het gevorderde bedrag van € 55,50 toewijsbaar is.
5.3.
Infomedics maakt voorts aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics heeft aan [gedaagde] op 28 december 2020 een brief gestuurd die voldoet aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Met voornoemde brief is [gedaagde] aangemaand tot betaling van de openstaande factuur. Nu [gedaagde] hieromtrent geen verweer heeft gevoerd, zal van de ontvangst van deze aanmaning worden uitgegaan. Vast staat dat [gedaagde] niet binnen de in die aanmaning gestelde termijn tot volledige betaling van de gevorderde hoofdsom is overgegaan. Het gevorderde bedrag van € 40,- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom toegewezen.
5.4.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro, zodat die – als op de wet gegrond – wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld. De wettelijke rente bedraagt € 4,80, berekend tot 31 mei 2021.
5.5.
Nu vaststaat dat ten tijde van de dagvaarding een restantbedrag van € 55,50 openstond, kan niet gezegd worden dat Infomedics nodeloos tot dagvaarden is overgegaan. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld, bestaande uit verschotten en gemachtigdensalaris. De verschotten worden vastgesteld op € 89,44 aan explootkosten en € 126,- aan griffierecht. Aan gemachtigdensalaris wordt in totaal twee punten à € 37,- toegekend, in totaal € 74,-.

6..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics tegen kwijting te betalen € 100,30, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 55,50 vanaf 31 mei 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Infomedics vastgesteld op € 215,44 aan verschotten en € 74,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
[46009]