Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
[eiser] ,
Verloop van de procedure
Omschrijving van het geschil
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor zover mogelijk hoofdelijk te veroordelen aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 6.361,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2018 en te berekenen tot de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor zover mogelijk hoofdelijk te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis verantwoording af te leggen jegens [eiser] over de wijze waarop zij zich van haar opdracht hebben gekweten, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat gedaagden daarmee in gebreke blijven met een maximum van € 10.000,-;
- alles met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, alsmede – voor het geval voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over die proceskosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot en met de dag der algehele voldoening.